Jurist: mestboetes onterecht opgelegd

Over het opleggen van mestboetes zijn deze week Kamervragen gesteld door Elbert Dijkgraaf van de SGP. Aanleiding is de vraag of schattingen van voorraden mest en onnauwkeurigheden in mestmonsters voldoende grondslag zijn voor het opleggen van boetes.

Het is juridisch gezien de vraag of mestboetes wel terecht worden opgelegd aan bijvoorbeeld varkensbedrijven die te weinig mest zouden afvoeren. SGP heeft er Kamervragen over gesteld en het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) heeft in een aantal procedures onderzoek aangekondigd over deze juridische principevragen.

Twee grondslagen voor het opleggen en vaststellen van mestboetes deugen niet, volgens advocaat Angelique Perdaems van Hertoghs Advocaten. Op verzoek van belangenbehartigers NVV en POV vertegenwoordigt ze een varkenshouder die procedeert tegen een opgelegde boete en schreef over de rechtmatigheid van mestboetes een juridisch artikel in het Nederlands Juristenblad.

Waar gaat het om in deze zaken, wat deugt niet volgens u?

“Dat boetes worden opgelegd op basis van schattingen en onnauwkeurige metingen. Het gaat om 2 punten:

De manier waarop wordt bepaald hoeveel mest aan het eind van het jaar op het bedrijf aanwezig is. De boer moet de voorraad schatten en vervolgens moet hij schatten hoeveel stikstof en fosfaat er in de mest in de putten zit. Dat is lastig omdat er in dunne mest minder fosfaat zit dan in bijvoorbeeld dikke mest.

De meetapparatuur is te onnauwkeurig is waardoor het bepalen van de hoeveelheid stikstof en fosfaat in de afgevoerde mest grote marges oplevert. De marges zijn juridisch gezien te groot naar mijn mening en daarmee onvoldoende bepaald.”

Die onnauwkeurigheid geldt ook voor de huidige meetmethoden?

“Ja, want die gehalten worden nog steeds op dezelfde wijze bepaald als in het Minas-tijdperk toen dat ook al speelde. Er liggen meerdere wetenschappelijke rapporten die de onnauwkeurigheid hebben aangetoond, zoals de zogenoemde Imag I en II rapporten uit 1998 en 2002. Die meetmethoden worden nu gebruikt om boetes op te leggen.”

Om hoeveel boete gaat het?

“In mijn procedure gaat het om een boete van € 12.000 over het jaar 2010. Dat lijkt lang geleden, maar er is al een heel traject van procedures afgelegd. Het gaat om het principe dat beboeting op basis van ruime schattingen niet mag. Dat het een principiële vraag is blijkt wel uit het onderzoek dat het CBB heeft aangekondigd. Ze hebben nu de Raadsheer Advocaat Generaal om advies gevraagd en ook andere soortgelijke zaken aangehouden.”

Wanneer is er duidelijkheid?

“Dat is nu moeilijk te zeggen, het wachten is op het advies van de Raadsheer Advocaat Generaal. Daarna doet het CBB uitspraak. Mocht de boete in stand blijven, dan bestaat nog de mogelijkheid om de zaak voor te leggen aan het Europese Hof voor de Rechten van de Mens.”

Het laatste POV nieuws

De Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) is de belangenbehartiger die opkomt voor varkenshoudend Nederland. Het bestaansrecht van POV ligt in...

Lees meer >

De Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) is verrast dat ook varkenshouders geconfronteerd gaan worden met een verscherpt toezicht op de...

Lees meer >

De kans op insleep van Afrikaanse varkenspest uit Oost-Europa is groter dan de insleep uit België. Dat is een van de conclusies uit het overleg over...

Lees meer >

Op 13 september 2018 is door de Belgische overheid bekend gemaakt dat bij enkele wilde zwijnen Afrikaanse varkenspest is vastgesteld. Het gaat om drie...

Lees meer >

De Producenten Organisatie Varkenshouderij (POV) roept provincies, wildbeheereenheden (WBE) en terreinbeheerders op alles te doen wat mogelijk is, om...

Lees meer >